zondag 9 september 2012

Carsten Stroud: Niceville

Ik lees Niceville van Carsten Stroud. Ben inmiddels op blz. 64 en weer worden er nieuwe mensen geïntroduceerd. Het lijkt alsof ik korte verhalen lees met een cliffhanger als laatste zin en verband is Niceville. Er zijn ellenlange zinnen, met meer dan 80 woorden heb ik geteld, en zinnen van 50 tot 60 woorden komen ook erg vaak voor. Meestal zijn dit beschrijvingen met zoveel extra overbodige informatie dat ik de draad kwijt raak. Dat breekt het verhaal, maar zodra Stroud kort en bondig formuleert zit de vaart er weer in. Verwarrend en jammer want er zijn spannende stukken.

Ik weet nog niet wat ik ervan moet denken, ga elke dag 100 pagina's lezen, heb ik het over 4 dagen uit.

Voorbeeld van zulke ellenlange zinnen:

Aangezien ze allebei kettingrokers waren en ze geen van beiden bereid waren om buiten te gaan staan roken, en aangezien de door hooistof en vleermuismest veroorzaakte explosie die ogenblikkelijk zou zijn gevolgd als ze er een in de schuur hadden opgestoken, waarschijnlijk het verkeerde soort aandacht zou trekken, konden de twee mannen niet veel anders doen dan een paar meter van elkaar blijven zitten.

Hij zag de politiebusjes die dicht op elkaar om een laag rotsig heuveltjestonden, op een van de kronkelende stenen paden die door de ongelijkmatige rotshellingen van de begraafplaats liepen en zich langs honderden en honderden witte stenen kruisen een weg baanden - met hier en daar een davidsster - naar wat ze New Hill noemde toe, een deel van de burgeroorlogbegraafplaats die gereserveerd was voor de meer vooraanstaande burgers uit de geschiedenis van Niceville.

(Hallo ben ik er nog, en zo zijn er meer voorbeelden, ik lees dan zo'n zin 2 keer en dan ben ik een echte juf zoek
Een reactie posten