vrijdag 26 december 2014

Lezen: de ultieme hobby

Column: Lezen als ultieme hobby

Categorie: Columns
Gepubliceerd op vrijdag 05 juli 2013 12:21
Geschreven door Charlotte Veltman 
 
lezen-stoelIk zie mezelf nog op schoot liggen bij mijn vader in zo'n echte leunstoel, als hij de krant las. Dat was vaste prik elke dag, als hij thuiskwam van zijn werk verfriste hij zich en las de krant tot het avondeten klaar was. Hij las stukjes voor, vooral de koppen en zo leerde ik al snel letters herkennen.

Mijn oudste zus vond het leuk om mij te leren lezen op mijn vierde. Mijn moeder nam mij mee naar de bibliotheek, samen met mijn broers. Lid worden mocht je pas op je zesde, maar toen de bibliothecaresse overtuigd was dat ik kon lezen, mocht ook ik zomaar boeken uit de kasten pakken. Mijn moeder had weer een taak minder, ik las haar voortaan voor en mijn broers namen mij mee naar de bibliotheek. Maar ze bleef ons stimuleren en las ook de boeken die wij leenden.

Toen ik eenmaal de gewone kinder- en jeugdboeken uit had, begon ik maar aan de informatieve boeken. De boeken van Enid Blyton zijn mij het meest bijgebleven, een kostschool leek mij wel wat, detective spelen, alleen zonder volwassenen op een eiland. Ik verslond ze. Pim Pandoer sprak tot de verbeelding en iedereen wilde een hond als Snuf. Heette onze hond daarom Snuffie? Ik weet het niet. Mythen, sagen, sprookjes, heerlijk weg dromen was het. Uren las ik in een hoekje van de bank of in mijn vaders leunstoel, benen bengelend over de leuning en 's avonds laat in bed, al mocht dat niet, maar met zaklamp onder de dekens kom je ver.

Vijftien was ik toen ik in de bibliotheek naar boven mocht, naar de volwassenen afdeling, het boekenparadijs. Mijn moeder gaf toestemming, want alles had ik al gelezen, ook jongensboeken. Ik ontdekte nieuwe schrijvers, daarbij nauwlettend in de gaten gehouden door de bibliothecaressen vanwege mijn leeftijd. Boeken van Agatha Christie, Clive Cussler, maar ook Leni Saris ontkwamen niet aan me. De bibliothecaressen legden boeken voor mij klaar. Lezen voor de lijsten op de HAVO vond ik niet bar interessant, omdat het moest las ik braaf opgegeven schrijvers. En ik las Simon Vestdijk omdat onze leraar Nederlands er verzot op was en ik doodsbang was voor deze man. Op de Pedagogische Academie werd lezen weer leuk. Deze leraar Nederlands gaf er een extra dimensie aan, lezen is belangrijk, maar het maakt niet uit wat je leest, als je maar leest. Eenmaal voor de klas bleef ik lezen, voorlezen deed ik elke dag en ik stimuleerde kinderen om te lezen. Stripboeken gaf ik aan een kind dat niet van lezen hield en dat hielp. Ik werd bekend in school om de boekenhoek, nu heel normaal, toen nog niet. Kinderen leren lezen in groep drie is een prachtig proces.

Ik werd ouder en ouder en begon genres te onderkennen. Ik lees graag thrillers, romans, chicklits en kook- en reisboeken. Niets sluit elkaar uit, na drie thrillers wil ik weer wat anders. Na twee romans ook en zo blijft lezen een geweldige hobby. Naast mijn werk las ik al graag, en vakanties werden besteed aan lezen. Sinds ik thuis zit is lezen meer dan een ultieme hobby, het verdrijft de tijd en neemt mij mee naar oorden waar ik nooit meer zal komen. En lezen blijft. Wat er aan foefjes, snufjes of wat dan ook wordt ook uitgevonden, het boek blijft bestaan en mijn leeshonger wordt gestild. Al denk ik wel eens dat die nooit helemaal gestild zal worden.
Een reactie posten